Zondag 30 mei:
‘Kijk op, laat los, vertrouw op God’


Voor de Evangelische Roze Viering op zondag 30 mei 2021 kunnen we weer met maximaal 30 mensen bij elkaar komen in de Oranjekerk. Je bent echter wel verplicht je aan te melden en een plek te reserveren. Het thema is 'Kijk op, laat los, vertrouw op God' De lezingen zijn uit: Nehemia 9: 5-20 en Efeziërs 4: 1-6. Liesbeth Jansen verzorgt de overdenking en Jan Cornelis Blokhuis de muzikale ondersteuning.

Liesbeth Jansen Over het thema zegt Liesbeth, “Kijk op, laat los, vertrouw op Hem” is een zin uit het lied “U geeft rust” dat vorig jaar voor Pinksteren opgenomen werd door mannen en vrouwen uit meer dan twintig verschillende kerken in Nederland.
Juist in onrustige tijden werd er over de muren van de kerken de verbinding en de samenwerking gezocht in dit lied over hoop. Er werd een inspanning geleverd om door de samenbindende kracht van hoop en liefde zoveel mogelijk mensen te bemoedigen. Het was de Pinkstergeest die de weg open legde naar God en naar elkaar, die hielp om elkaar te verstaan, en de grenzen te doorbreken die door mensen zijn gemaakt.

Jan Cornelis BlokhuisIs dat ook juist niet de kracht van de ERV? Om elkaar in de ruimte rondom Jezus Christus te ontmoeten? Om welkom, gezien en gekend te zijn met jouw verhaal te midden van al die andere verhalen? En dan al vierend te ervaren en te belijden dat al onze verhalen raken aan Gods verhaal met allen onderweg? In deze ERV viering, een week na Pinksteren, zoeken we de samenbindende kracht, troost en vreugde van Gods Woord, van het Evangelie van Christus.”

Je kunt in het blok ‘De Evangelische Roze Viering van deze maand’ op de voorpagina vanaf 15 mei de link vinden om te reserveren voor de viering.

 

De eerste lezing is Nehemia 9: 5-20

5 De Levieten Jesua, Kadmiël, Bani, Chasabneja, Serebja, Hodia, Sebanja en Petachja zeiden: ‘Sta op, prijs de HEER, uw God, voor eeuwig en altijd: “Moge uw luisterrijke naam, die verheven is boven alle lof en roem, geprezen zijn. 6 U alleen bent de HEER, u hebt de hemel gemaakt, de hoogste hemel en alle hemellichamen, de aarde en de zeeën met alles wat daar leeft. U geeft aan alles het leven, voor u buigen de hemelse machten. 7 U bent de HEER, de God die Abram heeft uitgekozen, die hem uit Ur, de stad van de Chaldeeën, heeft geleid, die zijn naam veranderd heeft in Abraham. 8 U hebt gezien hoe zijn hart trouw bleef aan u, u hebt een verbond met hem gesloten en hem beloofd het land van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Perizzieten, de Jebusieten en de Girgasieten aan zijn nageslacht te geven. U hebt uw woord gehouden, u bent rechtvaardig.
9 U zag de ellende van onze voorouders in Egypte, bij de Rietzee hoorde u hen om hulp roepen. 10 Daarop verrichtte u tekenen en wonderen bij de farao en al zijn dienaren, bij zijn hele volk, omdat u wist hoe slecht zij onze voorouders behandelden. Zo vestigde u uw naam, die tot op heden voortleeft. 11 Voor de ogen van de Israëlieten spleet u de zee, midden in de zee liepen zij op het droge. U wierp hun achtervolgers in de diepte, als een steen in kolkend water. 12 Overdag leidde u hen in een wolkkolom, ’s nachts in een vuurzuil, zodat er licht was op de weg die ze moesten gaan. 13 U daalde neer op de Sinai, u sprak met hen vanuit de hemel, u gaf hun juiste rechtsregels, deugdelijke wetten en goede voorschriften en geboden.
14 U maakte uw heilige sabbat aan hen bekend, u gaf hun uw geboden, voorschriften en wetten bij monde van uw dienaar Mozes. 15 Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd. 16 Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden. 17 Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die u voor hen verricht had. Koppig stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte.
Maar u bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en zeer trouw: u verliet hen niet. 18 Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 19 Maar liefdevol als u bent, hebt u hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en ’s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan. 20 U gaf hun uw goede geest, en zo verkregen ze inzicht; u stilde hun honger met manna, u leste hun dorst met water.

De tweede lezing is Efeziërs 4: 1-6:

1 Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3 Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4 één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5 één Heer, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.


Afdrukken